laatste update : 18-04-05 20:49


 
Hoofdpagina
WAAR ZIJN ZE.COM

 

Wie zijn ze

   
 

De Achterbank

   

 Voorbereidingen 

 De route

  • Weesp (NL)
  • Italië - Genua
  • Boot- Tunesië
  • Tunesië
  • Libië
  • Egypte
  • Soedan
  • Ethiopië
  • Kenia
  • Uganda
  • Rwanda
  • Tanzania
  • Malawi
  • Zambia
  • Mozambique
  • Kaapstad

 Geplande kaartroute

 

CONTACT

   

Gastenboek

   
 
 


Zuid-Afrika 1  
_________________________________________
13-04 (A)

Op 9 april 's ochtends alle vier weer in de Landrover geklommen en op naar de laatste grensovergang. Wel een mijlpaal in de reis. Het laatste land in een lange rij. Nog maar 2,5 week te gaan. Ineens is het dan toch nog snel voorbij.

Jongetje aan de grens een paar Rand betaald en hij ging voor ons in de rij staan voor het afstempelen van de paspoorten. Carnet de passage ging vrij vlotjes en nadat we allemaal met onze schoenen door een bak met anti cholera chemicaliën hadden gelopen mochten we Zuid-Afrika binnengaan. Voor de allerlaatste keer U2 in de CD-speler en luid meebrullend met 'where the streets have no name' reden we het land binnen waar de straten allemaal wel een naam hebben. Terug naar de 'beschaving'. Van het ene op het andere moment zijn er kilometerslange velden met suikerriet, thee en graan op dezelfde grond als waar er in Mozambique niets groeit en er verder ook niets mee gedaan wordt.  Vierbaans snelwegen met 'ANWB'-palen, glimmende pompstations, Wimpy's met 10 soorten hamburgers,  Amerikaans aandoende winkelcentra, nieuwe auto's, banken waar je met je bankpasje weer kan pinnen en heel veel zwaarlijvige blanke Zuid-Afrikanen. Ik zat achterin met Moos (wij hebben de kortste beentjes) en ik heb nog even gedaan of ik het niet zag. We waren namelijk op weg naar het Kruger Nature Park om met Hans en Moos nog een laatste safari te ondernemen. Nog één keer kamperen in de bush samen en de geur van verse olifantstront opsnuiven.  Moos ging achter het stuur zodra we het park binnenkwamen om zo even het echte safarigevoel te krijgen. En niet alleen  Moos kreeg die middag een echt safarigevoel. We hadden namelijk een ontmoeting met een uitgebreide olifantenfamilie die bijna uit de hand liep; langzaam rijdend over een zandweg zagen we ineens op kleine afstand drie olifanten rustig boompjes slopen en eten. Moos stopte, zette de motor uit en op ons gemak observeerden we de drie. Een grote dame kwam al etend steeds dichterbij en ik werd een beetje onrustig, ben een beetje 'chicken' geworden op mijn ouwe dag. (Ik wijt het aan de Lariam natuurlijk maar daar zijn de meningen over verdeeld) . Vond dat Moos maar vast de auto moest starten maar dat vond iedereen dus onzin. "dat beest is hartstikke rustig Anne, relax ".  "Oke", zei ik met tegenzin, maar deed toch m'n raampje maar dicht. De olifant verliet het struikgewas en ik  zei weer "start de auto nou Moos, start 'm alvast, dit gaat niet goed". Maar mijn autoriteit in mijn eigen Landrover was ver te zoeken en niemand reageerde op mijn gejammer. De olifant stak voor ons de weg over. Ze keerde zich even naar ons toe, flapperde wat met de oren, stampte met een poot wat stof op om ons even te laten merken dat ze het er niet helemaal mee eens was dat wij daar stonden en liep aan de overkant de struiken  weer in. Daar draaide ze haar grote kop om, om Moos nog even recht in de ogen te kijken, maar verder gebeurde er niets. "Zie je nou Anne, niks aan de hand". Ik pruttelde nog wat na op de achterbank.  Moos startte de auto en reed zachtjes verder. Toen pas zagen we dat er nog veel meer olifanten tussen de struiken liepen; in alle soorten en maten. Een paar volwassenen en wat kleintjes wilden ook naar de andere kant van het pad maar wij stonden in de weg. Moos reed zachtjes een paar meter vooruit. Heel zachtjes om ze niet te laten schrikken of onrustig te maken. Ze bewogen zich naar de achterkant van de auto en het leek goed te gaan. Op dat moment kwam er een auto achter ons vandaan die veel te snel en veel te dicht langs de olifanten reed. Toen was het hek van de dam. Ineens waren er heel veel olifanten heel dichtbij die heel boos werden; op ons!  Wij stonden nog stil midden op de weg en wij hadden het natuurlijk gedaan. "Moos, rijden, NU!!"  Dit werd een heel ander verhaal. Moos reed de auto 20meter verder en zette 'm schuin op de weg zodat we door de zijruiten naar achter konden kijken. De hele troep olifanten stond op het pad te stampvoeten en te trompetterden. Het was één groot protest en we knepen 'm toch wel een beetje. Als het hele spul op je af komt is een aluminium Landrover ook niet echt de beste bescherming. Het bleef gelukkig bij dreigen en dat gaf ons de gelegenheid snel nog wat foto's te schieten. Na een paar minuten werden ze wat rustiger en verdween de een na de andere in het bos. We hadden nu toch allemaal wel een beetje zitten zweten. Maar we hadden ook weer een geweldige olifantenbelevenis.

Krugerpark-boze oflifanten

storm is over

 

Kampementje weer opgeslagen in het park en daar hebben we onze laatste spaghetti met bolognese gegeten. De volgende ochtend hadden we een laatste ochtend-game-drive geboekt in het park. Leuk vooral voor Moos en Hans om nog een keer in een open safari auto te zitten. Om 05.00uur  moesten we ons melden bij de receptie waar de chauffeur/gids op ons stond te wachten. Wel, hij kon de auto besturen maar daar was ook alles mee gezegd. Hij brabbelde wat Afrikaans tegen ons. Normaal gesproken kunnen wij Nederlanders dat wel verstaan als het niet te snel gaat, maar deze meneer ging een paar versnellingen te hoog voor ons (toch ook al wat langzamer geworden Afrikaans/Nederlandse breinen). Het was nog aarde donker en erg koud in de open auto. Met kippenvel tot op de kruin stuiterden we met te hoge snelheid over de stoffige wegen van het nog donkere park. Zelfs met de schijnwerpers aan was het met deze snelheid toch echt onmogelijk enige wild te spotten.  Even na zessen kwam de zon op en zowaar daar liepen wat gazellen en een  verdwaalde giraffe. Om 07.00uur keken we een droge rivierbeding af en riep de chauffeur "there, two rhino lying in the sand". Ik had m'n brilletje niet op maar meende toch echt twee buffels te zien. "Yes, there they are, two black rhino" herhaalde hij. Wij vieren  keken elkaar eens aan en ik fluisterde "Jongens, ben ik nou gek, dat zijn toch buffels?". "Nee Annie, je bent niet gek, het zijn ook buffels".   Deze man had het niet helemaal goed begrepen. Ik kreeg het idee dat ie zeer recent was ingehuurd (op z'n 65) en hop achter het stuur was gezet. Niet echt een aanwinst voor het park zou ik zeggen. De rit zou om 08.00uur voorbij zijn. Toen we om twee minuten voor 08.00 bij de ingang van de camping een paar olifanten tegenkwamen nam hij niet de moeite wat langer te stoppen en reed als een retescheet  door naar de receptie.  We hadden het wel een beetje gehad met de magere wildscore na drie uur rijden(wat gazellen en een giraf)  en waren te verkleumd om protest aan te tekenen. Soms zit het mee en soms zit het tegen.

Tentjes weer ingepakt en om 12.00uur reden we het park uit op weg naar Johannesburg, toch nog zo'n 400km rijden. Maar zoals gezegd prachtig asfalt en vierbaans snelwegen. Na een mooie rit met de nodige koffie en rek en strek stopjes reden we om 18.00uur Johannesburg binnen. We hadden al eerder een hotel/guesthouse in een buitenwijk uitgekozen dus geen gezoek in het niet zo populaire Jo'burg. We waren nu echt terug in de bewoonde wereld. Alles recht, heel, mooi en schoon. Kamer met weer alles erop en eraan; warme douche, t.v., koelkast, handdoeken, dekens, telefoon, etc.  's Avonds in bed zei ik tegen John: "het bed is scheef, ik heb het gevoel dat ik met m'n hoofd naar beneden lig". "Ja, ik heb dat ook" zei John "laten we andersom gaan liggen" aldus geschiedde. Maar na een paar minuten hadden we weer het gevoel dat we scheef lagen en toen realiseerden we ons dat er niets met het bed mis was maar met ons. De afgelopen maanden hadden we uitsluitend in de daktent geslapen en als die helemaal uitgeklapt is, is ie niet helemaal vlak, geen 180graden. We lagen dus altijd ietsje hoger met ons hoofd.   

Wasje afgegeven bij de receptie, ook heel fijn na al die handwasjes, en na een douche en snelle hap in het hotel was het al weer tijd om Hanny op te halen van het vliegveld. Met het busje van het hotel stoven we vol gas over de rondweg Jo'burg. Vlucht was mooi op tijd maar al wie er uit het vliegtuig kwam, geen Hanny. De schare wachtenden dunde uit tot een man of tien maar nog steeds geen Hanny. Waar was ze nu? Wij hadden al visioenen van een jolige Hanny die nog steeds in het vliegtuig zat dat inmiddels op weg was naar Kaapstad. Maar nee, daar was ze toch. Haar koffer was echt de laatste geweest. Wat een geweldig weerzien: het was meteen weer dolle pret met Hanny.

De volgende avond zouden Hans en Moos terugvliegen en dat betekende dat we nog een hele dag met z'n vijven hadden. Niemand van ons had enige aspiratie om Johannesburg te gaan verkennen maar we wilden wel graag een bezoekje brengen aan Soweto. Je kunt tegenwoordig een tourtje Soweto boeken. Een paar locale mensen rijden je rond, vertellen het een en ander en laten je de historische en andere bijzondere plekken zien: de plaats waar de scholieren in 1976 onder vuur genomen zijn tijdens een vreedzame demonstratie, het monument daarvoor en het museum Hector Pieterson Museum, genoemd naar de eerste 13jarige scholier die toen vermoord is. In het museum videobeelden en fotoreportages vanaf de tijd dat Johannesburg in de greep van de goudkoorts was tot en met het einde van de apartheid en alle ellende en brutaliteit die daar tussenin ligt. Het museum heeft aan alle kanten grote ramen die over Soweto uitkijken. In Soweto (South West Township)  is er veel veranderd sinds de afschaffing van de apartheid; ook hier zijn er nu betere en zelfs rijke wijken. Men zegt dat er nu ook (enkele) blanken wonen. De buurten worden gekwalificeerd als 'the good, the bad and the ugly: de rijke, de minder bedeelde en de straatarme.   We zijn o.a. op de markt geweest, bij het busstation en in een Sjabeen, een Afrikaanse locale kroeg. Daar hebben we kunnen genieten van wat ze hier melkbier noemen. Niet te zuipen!  Zit ook in een melkpak, valt het niet zo op. Aangezien het niet te hakken was heb ik het pak aan een locale dame gegeven die er al op liep te azen vanaf het moment dat ik het over de toonbank aangereikt kreeg. Moos wilde wel even met haar op de foto en dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Behalve haar voorliefde voor bier had ze ook een voorliefde voor vrouwen bemerkten we (en vooral Moos). Ze ging lekker om Moos heen hangen en haar hand gleed wel erg ver naar beneden voor een gezellig omhelzing.

Soweto bier

Soweto

Opstand 1976 memorial

Soweto straathandel

Soweto restaurant

Soweto slager

Uiteraard zijn we langs de huizen van Winny Mandela, Desmond Tutu en de voormalige woning van meneer Mandela zelf gereden. Naast het huis van Desmond Tutu kun je broodjes en Coca Cola kopen en zitten tientallen mensen op het terras luidruchtig hun versnaperingen weg te werken. Zal meneer Tutu toch ook niet erg blij mee zijn.

Hoe armoedig het ook was, toch viel het me mee. Drie jaar gelden hebben we in Kaapstad ook een dergelijk bezoek aan een Township gebracht en dat was veel schokkender; grotere armoede en verslagenheid bij de mensen. Het blijkt ook dat mensen het in Jo'burg  beter hebben. Het is een grotere stad met meer industrie en dienstverlening en dus meer werkgelegenheid. Volgens insiders zijn de kansen voor zwarten er beter en is het sociaal/economische verschil tussen zwart en blank er kleiner.

 Bij de enthousiaste verhalen van de gids dat  het in Jo'burg nu echt veilig is moeten we toch nog onze vraagtekens plaatsen. Natuurlijk gebeurd je niets als je met locale mensen meegaat maar als je ziet dat in hun eigen buurtsuper de verkoper  met de kassa achter de tralies zit, heb je wel je bedenkingen.

 Die avond hebben we Moos en Hans naar het vliegveld gebracht waar tot grote ergernis bleek dat hun, de vorige dag nog geconfirmeerde, stoelen weggeven waren en zij (met nog 20andere mensen) niet mee konden.  Dat was balen. Zij werden op kosten van KLM in een hotel ondergebracht en zijn uiteindelijk de volgende avond vertrokken.

Samen met Hanny hebben we op 12 april Johannesburg verlaten en zijn we naar het 400km noordelijk gelegen Tzaneen gereden. Op onze vorige reis naar Zuid Afrika hadden we een paar nachten in het luxe country lodge The Coach House doorgebracht. We dachten dat we Hanny daar wel een plezier mee zouden doen. Het is wel het andere uiterste van Afrika. Maar ik moet zeggen dat we kamperen heel leuk vinden maar ons laten verwennen in een fijn hotel ook niet versmaden.

vervolg Zuid-Afrika 2

 

 


 

 

 



 

 
 

 


 
   


 


   
   
   
   
   

 
 




Copyright 2004-2005 John Ahlers & Anne van Deudekom